Nico Scholten, senior expert bouwregelgeving bij het Expertisecentrum Regelgeving Bouw, schreef in Bouwwereld een column over de vraag of rechters bij bouwtechnische zaken tot de juiste uitspraken komen. Zijn antwoord: niet altijd. Eén van zijn voorbeelden gaat over funderingsherstel, en dat is werk dat wij dagelijks doen. Daarom hier ons eigen verhaal erbij — over wat dit betekent voor wie in een rijtje of een aangebouwd pand woont.
Waar het over ging
De zaak (ECLI:NL:RBROT:2026:6234) betrof een omgevingsvergunning voor funderingsherstel van een aangebouwd pand. De buurvrouw maakte bezwaar: zij stelde een gedeelde fundering te hebben, en vond dat er niet was gekeken naar wat het herstel met háár woning zou doen.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af. De redenering: het toetsingskader voor deze vergunning gaat over constructieve veiligheid van het te verbouwen bouwwerk — niet over het pand van de buren.
Waarom dat technisch niet klopt
Voor verbouw verwijst het Besluit bouwwerken leefomgeving naar NEN 8700. En die norm zegt iets wat hier precies van toepassing is: bij de beoordeling van een bestaand of te verbouwen bouwwerk moet worden uitgegaan van het bouwwerk zoals het rechtmatig is gerealiseerd — als één constructieve eenheid.
De norm maakt daarbij expliciet dat een kadastrale splitsing daar niets aan verandert. Is een gebouw juridisch opgeknipt in meerdere panden, dan blijft het constructief één geheel. De norm noemt zelf de situaties waar dit speelt: aaneengebouwde kantooreenheden, winkels in een winkelcentrum, en woongebouwen in binnenstedelijke gebieden die hun stabiliteit mede aan de buren ontlenen.
Dat is geen juridische spitsvondigheid maar bouwfysica. Twee panden die op één fundering staan of elkaar constructief steunen, zijn één constructie. Wat je aan de ene kant doet, komt aan de andere kant uit. Wie dat opknipt langs de kadastrale grens, beoordeelt een halve constructie.
Wat wij hiervan vinden
Een rechter hoeft geen bouwkundige te zijn. Maar de wet biedt hem wel een uitweg: artikel 8.47 van de Algemene wet bestuursrecht maakt het mogelijk een onafhankelijke deskundige te horen. Dat gebeurde hier niet, en Scholten stelt dat het veel vaker zou moeten gebeuren. Wij zijn het daarmee eens — met één aanvulling die dichter bij onze eigen praktijk ligt.
Het probleem begint namelijk eerder. Tegen de tijd dat er een procedure loopt, liggen de standpunten vast en wordt de deskundige gevraagd een gelijk te onderbouwen in plaats van uit te zoeken wat er aan de hand is. Was er vóór de vergunningaanvraag een onderzoek geweest waarin de constructieve samenhang tussen beide panden was vastgelegd, dan was deze vraag waarschijnlijk nooit bij een rechter beland.
Scholten merkt daarnaast op dat ook advocaten zich bij technische kwesties moeten laten bijstaan. Dat onderschrijven we. Wij worden regelmatig ingeschakeld door advocaten en rechtsbijstandsverzekeraars, en het verschil tussen een dossier waarin de techniek vroeg is vastgelegd en een dossier waarin dat achteraf gebeurt, is aanzienlijk.
Wat je hieraan hebt als je pand aan de buren vastzit
Woon je in een rijtje, een dubbel pand of een aangebouwd bedrijfspand, en is er bij jou of bij de buren sprake van funderingsherstel, verzakking of scheurvorming, dan is dit de vraag die je moet stellen: is er gekeken naar de constructie als geheel, of alleen naar één adres?
- Vraag bij een vergunningaanvraag van de buren om de constructieve onderbouwing en kijk of jouw pand daarin voorkomt
- Laat de samenhang vaststellen vóórdat er wordt gestart, niet erna
- Leg de nulsituatie van jouw pand vast — scheuren, vloerhoogtes, kozijnen — zodat later aantoonbaar is wat er is veranderd
Onze fase 0 funderingsonderzoek is precies daarvoor bedoeld: een visuele beoordeling met niet-destructieve metingen, die vaststelt of er aanleiding is om dieper te kijken. Blijkt dat er sprake is van een gedeelde constructie, dan staat dat erin — en dan is dat een feit waar alle partijen het over eens kunnen zijn voordat er geld en tijd in een procedure gaat.
Waar wij dit tegenkomen
Nog aan te vullen door Jobse. Hier hoort één voorbeeld uit jullie eigen praktijk: een pand waar de gedeelde fundering pas laat werd onderkend, of juist een geval waarin een vroege vaststelling een conflict met de buren voorkwam. Geen namen en geen herleidbaar adres — maar één concreet geval maakt dit stuk geloofwaardiger dan de hele redenering erboven. Geef ook door wie het ondertekent: Thomas Visser als divisiemanager, of een van de bouwkundig experts.
Aanleiding voor dit stuk is de column Geen deskundige bij bouwgeschillen leidt tot onjuiste uitspraken van Nico Scholten (ERB), verschenen op bouwwereld.nl op 17 juli 2026. De analyse van de vier uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak waar hij naar verwijst, schreef hij samen met prof. dr. A.R. Neerhof, hoogleraar bouwrecht aan de VU, in het tijdschrift Bouwrecht. De uitspraak van de rechtbank Rotterdam is te vinden onder ECLI:NL:RBROT:2026:6234. De mening hierboven is die van ons.
